De BHN kent vijf verschillende certificaten : Afdeling 1, Afdeling 2, Certificaat I, Certificaat II en Speurhond.

Afdeling 1 wordt ook wel ‘lichte klasse’ genoemd en bestaat voornamelijk uit appèl en volgoefeningen. Oefeningen in deze klasse zijn o.a. volgoefeningen (aangelijnd/los en links/rechts), apporteren van een ijzeren voorwerp, op commando blaffen en stil zijn en het weigeren van toegeworpen voedsel. De springoefeningen in deze klasse bestaan uit : een haag van 1 meter, een schutting van 1,75 meter en een breedtekuil van 2,25 meter. Tevens moet de hond drie kleine voorwerpen opzoeken en apporteren in een veld van 100 vierkante meter.  Tijdens de oefeningen van afdeling 1 is er overal voedsel neergelegd. Tijdens de keuring mag de hond geen voedsel tot zich nemen of eraan likken.

Afdeling 2 wordt ook wel ‘overgangsklasse’ genoemd en hierin staan de appèloefeningen, het waterwerk, speuren en revieren centraal.  De appèloefeningen zijn gelijk aan die in afdeling 1.

Het waterwerk bestaat uit drie onderdelen :  
-het overzwemmen van tenminste 15 en maximaal 30 meter breed water. Na een halve minuut aan de andere oever, moet de hond vervolgens weer op commando terugzwemmen.  
-het apporteren van een houten voorwerp uit het water.  
-het aan de oever brengen van een groot voorwerp.

Het speuren is vereist vanaf afdeling 2. Het bestaat uit een twee onderdelen : speuren naar een voorwerp en speuren naar een spoorlegger. Beide sporen zijn ca. 150 meter lang en hebben minstens twee hoeken. Een speurtuig is niet verplicht maar een lijn wel en deze moet minimaal 10 meter lang zijn maar de afstand tussen geleider en hond moet minimaal 5 meter zijn. Bij het speuren naar de spoorlegger moet de hond indien hij de spoorlegger (aan het eind van het spoor) gevonden heeft, aanhoudend blaffen.

Het revieren bestaat uit twee onderdelen : voorwerp revieren en persoon revieren. Deze oefeningen vinden plaats in een bosperceel en voor beide oefeningen staat een maximumtijd van 7 minuten.

Bij het revieren naar een persoon is de pakwerker ‘beschermd’ en heeft een volledig pak aan. Heeft de hond de pakwerker gevonden, dan moet hij aanhoudend blaffen. Vervolgens zal de pakwerker trachten door commando’s de hond te verjagen en te vluchten. Bij de poging tot vluchten moet de hond uiteraard onmiddellijk stellen. Het geheel wordt afgesloten met een transportoefening van ca. 10 meter lang.

Het certificaat I bestaat allereerst uit de oefeningen uit afdeling 1 en 2. Hieraan wordt afdeling III toegevoegd waar de steloefeningen een belangrijke rol spelen :

-voorwerp bewaken-stokstellen  
-schotstellen  
-fietsstellen  
-terugroepen  
-hulpgeroep  
De oefeningen stok-, schot-, fietsstellen en terugroepen vinden plaats op een afstand van ca. 100 meter.  

Bij het stokstellen bijvoorbeeld wordt de stokslag toegediend nadat de hond heeft ingebeten. Indien meer dan 5 commando’s voor het lossen nodig zijn, wordt de oefening afgebroken. Na het stellen gooit de pakwerker de stok weg en probeert de hond te laten apporteren door middel van een commando. De hond moet dan opnieuw een aanval inzetten, lossen bij stilstaan van de pakwerker en bewaken. 
Vervolgens vindt een zijtransport plaats met een poging tot vluchten van de pakwerker.

Bij het schotstellen wordt er twee keer geschoten en vindt er na het stellen een toetsing van de werpvastheid plaats : drie keer wordt een voorwerp op de rug van de hond gegooid, de hond dient de pakwerker in één keer goed vast te grijpen en mag tijdens de worpen niet loslaten. Vervolgens vindt een zijtransport plaats met een overval van de pakwerker op de geleider waarbij de hond onmiddellijk dient in te bijten om de geleider te ontzetten.

Na de hond een vluchtende pakwerker op de fiets heeft gesteld, vindt een vluchtpoging plaats van ca. 10 meter. Bij het transport dat vervolgens plaats vindt dient de geleider de fiets eveneens mee te nemen.

Bij het terugroepen geldt een stelafstand van 75 tot 100 meter en wordt na ca. 50 meter het commando tot terugkeren gegeven.

‘helpen op hulpgeroep’. Bij deze oefening loopt de pakwerker naar de geleider toe en spreekt hem aan, terwijl de hond uit zicht ligt. Op teken van de keurmeester wordt de geleider door de pakwerker aangevallen. De geleider mag dan één commando voor hulp roepen waarna de hond zijn geleider zonder aarzelen moet verdedigen door krachtig in te bijten.

Het certificaat II is een uitbreiding op certificaat I. De volgorde van de oefeningen is daarnaast ook gewijzigd. Een extra oefening is de ‘schijnaanval’, waarbij de hond wordt ingezet maar niet mag inbijten omdat de pakwerker blijft stilstaan. De steloefeningen vinden plaats met een ‘lopende start’ dat wil zeggen dat de commando’s ‘halt’ en ‘stellen’ worden gegeven tijdens het lopen met de hond. Een ander verschil in vergelijking met certificaat I is dat bij het transport lopen een afstand van ca. 3 meter achter de pakwerker in acht wordt genomen.

Het diploma Speurhond kent naast de oefeningen van afdeling 1 een viertal onderdelen :  
speuren naar een voorwerp over een spoor van ca. 500 meter (1 tot 4 uur oud).  
- speuren naar een persoon, eveneens over een spoor van ca. 500 meter (1 tot 4 uur oud).  
- sorteren van een voorwerp uit een serie van 5 voorwerpen (binnen twee minuten aanwijzend aanblaffen)  
- sorteren van een persoon(spoorlegger) uit 3-5 personen. Bij dit onderdeel maakt de spoorlegger een goed waarneembare voetafdruk en laat een voorwerp achter en stelt zich vervolgens op tussen de andere personen (op aanwijzing van de keurmeester). De hond moet dan binnen twee minuten de persoon blaffend aanwijzen.

Login

We hebben 13 gasten en geen leden online